Aan het werk van Caroline van der Vegt (1940) ligt geen vooropgezet plan of concept ten grondslag. Het ontstaat al doende, en ten opzichte van haar eigen werk stelt zij zich in zekere zin ook op als toeschouwer. Het duidelijkst komt dit tot uitdrukking in de tekeningen. Dit medium leent zich bij uitstek tot spontane invallen, die meteen goed moeten zijn weergegeven omdat corrigeren moeilijk is. Deze spontaniteit leidt in haar geval tot een zeer diverse wereld. Er is niet echt sprake van geabstraheerde vormen, integendeel, juist van een droomwereld met haar angsten en hyperbolen. En dat is juist het spannende, ook vanuit een kunsthistorisch perspectief. Toch is het een misvatting te denken dat de inval allesbepalend is. In de schilderijen is sprake van een afweging tussen de gekozen vorm, de kleur en het gewenste beeld. Hierbij wordt rekening gehouden met de canon van de beeldende kunst. Dit wordt temeer duidelijk als bij nadere beschouwing blijkt dat het de schilderijen ontbreekt aan diepte. Ze zijn plat. Er bestaat geen hiërarchie tussen de geschilderde objecten waardoor een veel abstracter beeld ontstaat dan zich voorshands aandient. Deze indruk wordt nog versterkt doordat de objecten geen samenhangend verhaal willen vertellen, maar juist schilderkunstig bestaansrecht lijken te hebben en daar hun betekenis aan ontlenen.
Prijsinformatie:
Prijs per stuk:
€ 25,00
Aantal: Bestellen